Toos Hofstede

De zin van schoonheid

VOERENDAAL – Buiten regent het, maar in het atelier van vader, drummer en kunstschilder Hans Keuls (bouwjaar 1956) straalt de zon. In deze creatieve broedplaats, op een afgelegen industrieterrein in Zuid-Limburg, houdt hij zich dagelijks, bezeten schilderend, bezig met de “zin van schoonheid”. Grote, pasteus opgezette olieverflandschappen op linnen.

De ritmes en beats, die hij als drummer aanwendt tijdens zijn optredens van onder andere The Rolling Beatles zijn bijna letterlijk in kleur, vorm en lijn terug te vinden in zijn schilderijen. “Eigenlijk drum ik met verf”, zegt Hans bevlogen.

“In mijn schilderijen voel je ritmes, tonen, dynamiek. Het gaat over energie die al schilderend vrijkomt en waar ik als een soort bezweerder op reageer. Het ritme van mijn hand die stuurt, dirigeert, en ordent. Het is een soort organisch groeiproces van de chaos naar de harmonie, een bezeten ordeningsdrift, vanuit explosieve wanorde naar orde, laag over laag groeiend naar een bijna meditatieve, verdiepte en verdiepende schoonheid. En daarbij is, als een soort bron, de metafoor natuur de kracht en het bijna letterlijk plantaardige, landschappelijke groeiproces in al zijn verscheidenheid, het beste uitgangspunt en einddoel. In de natuur kun je de zin van schoonheid ook niet beredeneren, maar je voelt hem wel.”

Hans vergelijkt schilderkunst met muziek, bijvoorbeeld een vioolconcert van Bach: “Daarin hoor je, voel je, de zin en troost van schoonheid, van harmonie, die daarin iets raakt, dat niet te beredeneren valt, iets overstijgt wat onbenoembaar is en waarvan je diep voelt dat het een autonome en absolute zinvolle waarheid in zich draagt.”

Biografie

Hans wordt in Heerlen geboren en gaat, als hij 9 jaar oud is, naar kostschool in Weert, waar hij zich in zijn ‘vluchtdrang’ kan verdoven in schilderijen van anderen. Vooral het zien van werk van Van Gogh raakt hem diep. De interesse en het sterke, intuïtieve gevoel, dat dit zeer belangrijk in zijn verdere leven zal zijn, is definitief geboren. Het zal nog velen jaren duren voordat dit tot bloei zal komen.

Hij tekent zelf veel en heeft talent. Het diepe verlangen en de zekerheid dit later uit te bouwen groeit sterker en sterker. Als hij 14 is, schrijft hij een scriptie over het Impressionisme. Ook verdiept hij zich in schrijvers. Zo vindt hij bijvoorbeeld op 16-jarige leeftijd een zeldzaam boek van psychiater Justus Havelaar over de geestesgesteldheid van Van Gogh, al in 1915 geschreven. Na de middelbare school vertrekt hij naar de Kunstacademie en via Maastricht (Stadsakademie) gaat hij naar kunstacademie Artibus in Utrecht. In zijn daaropvolgende “anarchistische” jaren, die hij grotendeels doorbrengt in Utrecht en Amsterdam, is hij veel met tekenen (zowel figuratief en autobiografisch) en met het schrijven van gedichten bezig. Dit leidde in 1980 tot de publicatie van twee dichtbundels ‘Gedicht 80’ en ‘De Verboden Angst’. Tevens treedt hij dan veel op met de destijds vermaarde Rick Nolov Band. Zijn kunst vordert gestaag.

“Hoe meer je weet, hoe meer je beseft dat je nog kan leren”

Hans Keuls

In 1995 wordt Hans vader van een zoon: “Alles werd intenser, alsof je de loudnessknop op een versterker aanzet: elke emotie, de angst, maar ook de kracht en positiviteit die angst te overwinnen wordt krachtiger.” Vol overgave en bezieling stort hij zich in het schilderproces en langzaam verdwijnt de figuratie, zijn werk wordt abstracter en gaandeweg ontstaat het landschappelijk element. De verf wordt dikker, het wordt bijna impressionistisch. De schilderkunst groeit naar hem en hij naar de schilderkunst. De letterlijke natuur in ritmes doen hun intrede. Hij wordt langzaam maar zeker de schilder die hij al jaren in zich voelde.

Hij begint nu pas te leren: “Hoe meer je weet, hoe meer je beseft dat je nog kan leren.” Kwaliteit staat hierbij centraal, want kwaliteit geeft Hans inspiratie

Levendig

Hans schildert uitsluitend op Belgisch linnen met veel weefinslag. Het materiaal moet goed, puur en duurzaam zijn. Linnen met veel weefinslag heeft het voordeel dat je er kracht op kan zetten, zonder dat deuken zichtbaar blijven.

En dan? Dan staat daar een maagdelijk, strak, wit doek van 4 bij 2 meter voor je. Hoe begin je dan? Terwijl het grote, witte doek mij stiekem een beetje bang maakt, komt bij Keuls dan juist de energie en de emotie los. Hij omhelst het doek letterlijk. Voor zover dat natuurlijk kan bij zo’n immens groot object. Hij knuffelt het, bewondert het en voelt al langzaam zijn schildersdrift opkomen. Vervolgens duikt hij rechtsachter in zijn atelier de ‘verfkeuken’ in om de eerste kleuren acryl te mengen die hij met sponzen als basis zal aanbrengen op dat hagelwitte linnen.

Vervolgens ontstaat er een explosief, organisch proces, waarin met olieverf, vanuit een complete, wilde chaos, gedetailleerd naar harmonie wordt toegewerkt, waarin rust en een soort meditatieve balans ontstaat. Af en toe wendt hij zijn blik af, kijkt even naar een wit vel papier om zijn ogen rust te gunnen, om daarna weer verder te schilderen, laag over laag. Diepte is belangrijk in zijn schilderijen. “Doordat ik een slecht en lui oog heb, zie ik in ruimte moeilijk diepte. In het platte vlak zie ik, gek genoeg, wel alle details goed en probeer ik altijd diepte te creëren in mijn werk. Een soort compensatie.”

Hij moet zich hoeden voor dwangmatig doorgaan, daarbij het risico lopend het doek letterlijk kapot te schilderen. Hij schraapt partijen af, maakt weer ruimte, diepte, door de bijna-mislukking heen op weg naar voleinding. “In het eindresultaat mag je de struggle zien, de strijd, de bijna-mislukking, het is een soort gestolde energie van vallen en opstaan, om uiteindelijk de nodige balans, spanning, diepte en harmonie te bevatten.” Het moment van ophouden is cruciaal en moeilijk.

En dan, als het doek na een drietal schilderssessies echt klopt, ‘af’ is, dan werkt dat ook een klein beetje egostrelend, “een tikkie narcistisch”, noemt hij het zelf. “Een goed schilderij werkt net als een goed optreden als voeding, als positieve energie, je geeft en krijgt terug.” Dit in tegenstelling tot zijn zwaarmoedige tekeningen van vroeger. Hoewel zijn huidige, grote, pasteus geschilderde landschappen wel degelijk dramatiek bevatten. Maar meer in de zin van het vioolconcert van Bach.

Leerproces

“Schilderen is een continu leerproces”, vertelt Keuls. “Ik begin steeds meer inzicht en respect te krijgen in en voor Oude Meesters. Schilders als Isaac Israëls en George Breitner hebben een fantastische, snelle en wetende verfstreek. De toets, daar gaat het om. Vergelijkbaar met Boeddhistische zenmonnikken, die jaren met penselen oefenen, met inkt, de beweging, de harmonie, ongelooflijk trefzeker. Die vervolgens na het zien en voelen van een boom, in een beweging met penseel, het wezen van die boom kunnen treffen, de kracht in die boom. Dat vind ik enorm.”

Via veel omwegen is Hans Keuls weer daar, waar ooit zijn liefde begon: bij de belangstelling van het 12-jarig jongetje voor het werk en de psyche van Vincent van Gogh. De cirkel is rond en hij voelt zich eindelijk op zijn plek. En thuis in zijn schilderijen, veilig in zijn atelier. Buiten regent het nog steeds, maar mijn hart is tot aan de rand gevuld met de zonnestralen uit het atelier van Hans Keuls.

Noot – Dit artikel verscheen eerder in Puurzaam Magazine.

Meer artikelen.