Toos Hofstede

Mijn leermeester neemt afscheid van zijn Gulpener

GULPEN – Op 19 december 2014 nam John Halmans afscheid als directeur van de Gulpener Bierbrouwerij. Ter gelegenheid van dit afscheid werd er in de kloosterbibliotheek van het Klooster Wittem een symposium georganiseerd. Zijn opvolger Jan-Paul Rutten sprak John die middag toe met woorden die mij in mijn hart raakten. Hij omschreef John als zijn leermeester, zijn collega, zijn vriend en een vaderfiguur. Een groots applaus volgde. En een innige knuffel tussen beiden. Kippenvel.

Twee weken voor zijn afscheid sprak ik John voor het laatst. De dag ervoor was aan hem en Gulpener de eenmalige MVO Nederland Award uitgereikt. John zei tegen me: “Jij bent alles schuld Toos…” en doelde hiermee op de inzet die ik destijds heb geleverd om het verhaal van Gulpener aan te scherpen en breder bekend te maken. Ik ben het niet met hem eens. Hij is het namelijk zelf die alles schuld is… Hij is degene die de familiewaarden van de brouwerij heeft bewaakt en uitgedragen. En hij is degene die het bedrijf gezond heeft overgedragen aan de volgende generatie.

Van het woord storytelling hadden wij toen nog nooit gehoord

Toos Hofstede

Het is ook John die mij destijds heeft overtuigd om van Twente naar Limburg te verhuizen om voor ‘zijn’ brouwerij te komen werken. Mede dankzij hem bouwde ik in Zuid-Limburg een gelukkig bestaan op. In de familiekamer van ‘zijn’ brouwerij ontmoette ik vervolgens de liefde van mijn leven. John heeft mij geleerd wat maatschappelijk verantwoord ondernemen voor een familiebedrijf betekent, wat de kracht is van lokaal ketenbeheer en welke rol communicatie daarin speelt. Hoe belangrijk het is om het echte verhaal te vertellen. Van het woord storytelling hadden wij toen nog nooit gehoord. John heeft mij altijd geïnspireerd. Uitgedaagd. Ik ben hem daar nog dagelijks dankbaar voor. John was ook mijn leermeester. En daar ben ik trots op.

Tijdens het symposium gaf de Gouverneur van de Provincie Limburg Theo Bovens een inspirerende speech over de kracht van het familiebedrijf. Ik herken daar zo veel in dat ik u deze niet wil onthouden. Daarom leest u hieronder de volledige speech inclusief huldiging.

Dames en heren,

Toen mij gevraagd werd hier vandaag een verhaal te houden over de kracht van het familiebedrijf, moest ik meteen denken aan twee andere sprekers. Twee andere sprekers – toevallig alle twee uit Duitsland – die ik het afgelopen jaar ‘ware en rake’ woorden hoorde uiten over familie- en duurzame bedrijven. De een was Wirtschaftsminister Garrelt Duin, de ander Benedictijner Pater Anselm Grün. Garrelt Duin is minister van economische zaken van Noordrijn-Westfalen. Een deelstaat – en onze directe oosterbuur – waar méér dan 90 procent van de bedrijven familiebedrijven zijn. Een percentage waarmee hij de verduurzaming van de economie van NRW t.o.v. de rest van Duitsland rooskleurig inzag, want – zo stelde hij: “Familienunternehmen sind die personifizierte Nachhaltigkeit”; ofwel in goed Nederlands: familiebedrijven zijn de vleesgeworden duurzaamheid. Pater Anselm Grün sprak dit jaar de tweede – door de Provincie Limburg georganiseerde – Rijnlandlezing uit. In onze Statenzaal in het Gouvernement sprak hij over de invloed die bedrijven kunnen hebben op de samenleving. Hij zei: “Wenn es in den Firmen rau zugeht, dann ist auch das Klima in einer Gesellschaft rau.” Kort en vrij vertaald: als bedrijven op kille wijze zaken doen, dan creëert dat ook een kille samenleving. Of… positiever geformuleerd: bedrijven die zich baseren op waarden, bouwen aan een waardevolle samenleving. Voor die waarden grijpt de pater overigens terug naar de ‘oer’-waarden die de Griekse wijsgeer Plato ooit heeft geformuleerd; en dat zijn: Gerechtigkeit, Tapferkeit, Maβ und Klugheit. En dan oorspronkelijk natuurlijk in het Grieks, maar ik denk dat u – net als ik – het Duits als buurtaal iets meer machtig ben dan die klassieke taal…

Maar dames en heren, zouden die beide heren hier aanwezig zijn – zouden ze het Gulpener bier letterlijk en figuurlijk mogen proeven – dan zouden ze beiden uitroepen: dit is exact wat we bedoelen. En ik zou dat dan natuurlijk beamen; zoals ik dat gelukkig met nog veel meer Limburgse familiebedrijven kan doen. Dan denk ik bijvoorbeeld alleen al aan de hofleveranciers die Limburg rijk is. Dat zijn bedrijven die al minimaal 100 jaar een smetteloos bestaan leiden. En dat zijn – bijna zonder uitzondering – altijd familiebedrijven. Zo’n hofleverancierschap moet een bedrijf overigens – ook al bestaat het al vanaf 1825 – zélf aanvragen; en wel bij een jubileum. De Koning komt dat mooie schild – via zijn commissarissen of hier in Limburg de gouverneur – dus niet zelf aan de muur timmeren… ook al heb ik hem wel eens zien genieten van een glaasje Château Neubourg; zoals we dat schenken op het gouvernement in Maastricht. Maar terug naar de stelling van minister Duin. Familiebedrijven zoals die hofleveranciers zijn, in mijn ogen, het levende bewijs van zijn stelling… Als je al zó láng bestaat; als je oorlogen en diverse crises weet te overleven, dan kén je het geheim van duurzaam ondernemen. En dat geheim zit natuurlijk in het generatie-denken; het generatie-denken waarmee de drang naar continuïteit als vanzelf wordt meegebakken in het DNA van familiezaken. Een Belgische familieondernemer verwoordde dit ‘denken’ afgelopen weekend nog perfect in een krant. Het voelde, zo zei hij: “als de plicht om iets wat je gekregen hebt van je ouders; via je grootouders; minstens in stand te houden; en het líéfst van al nóg beter te maken.”

Herkent u dit? Die plicht, of minimaal die ambitie? Daarom is het ook zo herkenbaar, dat als een vierde generatie van een hofleverancier, het predicaat aanvraagt, dit zegt te doen uit eerbetoon aan alle generaties voor hen… Dames en heren, ik hoef u niet uit te leggen dat juist dit ‘denken in generaties’ of beter dit ‘denken over generaties’ van nature een bepaald soort bedrijfsvoering met zich meebrengt. Een bedrijfsvoering waarbinnen bijvoorbeeld ‘innovatie en flexibiliteit’ heel belangrijk zijn. Dat zie je bijvoorbeeld terug bij een familiebedrijf als Pasch. Pasch Cooking Dining Living. Hun grootvader begon in 1864 met de verkoop van kaarsen en glazen in Venlo; anno 2014 runnen ze een waar paradijs voor kookidolaten, verspreid over 4 filialen in vier Limburgse steden… Waarmee ze dus bewezen hebben, al heel wat veranderingen op het gebied van winkelen het hoofd te kunnen bieden. Een kwestie van flexibel zijn, zo zeggen ze zelf. Juist het feit dat we al bijna 150 jaar bestaan, toont aan dat we heel goed kunnen meebewegen met onze markt. Een ander natuurlijk onderdeel van de bedrijfsvoering is uiteraard de ingebakken verbondenheid; verbondenheid met medewerkers; verbondenheid met leveranciers; en: verbondenheid met klanten. Die verbondenheid met klanten zag ik onlangs nog terug bij een kersverse hofleverancier, en wel familiebedrijf Doehetzelfzaak Jan Reijen in Panningen. Ik mocht hun vorige maand het bijbehorend schild overhandigen, ter ere van hun 125 jarig bestaan… Maar vraag hen, hoe ze weten te overleven tussen de Gamma’s en de Praxissen van deze wereld en ze zeggen: we hebben exact die producten waar híér in de regio vraag naar is. We hebben géén producten die in Amsterdam wél lopen, en hier níét.” Net zo natuurlijk in die familiale bedrijfsvoering, is de voorzichtige omgang met geld.

Minister Duin observeerde correct dat familiebedrijven zich bij investeringen in de allereerste plaats oriënteren op ‘zekerheid’ en ‘langdurig overleven’. Met als motto: “wenn nötig, dann Fremdkapital in Maβen – aber schnell weg mit den Schulden.” Die voorzichtigheid vind je inderdaad ook terug bij Limburgse familiebedrijven… Zoals bij de 185 jaar oude interieurbouwer Soons uit Schimmert… Bij dit van oorsprong timmermansbedrijf mogen alleen familieleden die ín het bedrijf werken, aandelen kopen. Dat ziet de familie als ‘een gouden regel’ om verwatering en vervreemding van de aandelen te voorkomen. Én… omdat het familiebedrijf zo voorzichtig was gefinancierd en weinig schulden had, was het kérngezond toen de crisis uitbrak. Tijdens de crisis heeft dit bedrijf het overigens niet minder druk gehad dan voorheen, al hebben ze daar wel 5 maal zoveel offertes voor de deur uit moeten doen. Gewoon om er voor te zorgen dat alle vijftig mensen aan het werk konden blijven. Wat natuurlijk net zo’n typische eigenschap van een familiebedrijf is, die al genoemde verbondenheid, óók met het eigen personeel: men teert nog liever in op het eigen vermogen, dan het loyale personeel ontslaan. En als ik dan nog een laatste – maar niet finale – natuurlijk kenmerk van een familiebedrijf mag noemen, dan is dat de houding ten aanzien van winst. Natuurlijk is men niet vies van winst. Maar het motto is – om nog een laatste keer met minister Duin te spreken – meer: wir brauchen Gewinn, um den Betrieb zu erhalten. Und nicht: Wir brauchen das Unternehmen, um Gewinn zu erwirtschaften. We gebruiken de winst om de zaak te behouden; en niet: we gebruiken de zaak enkel om winst te genereren. Woorden van die Belgische familieondernemer die ik net noemde – hij heet Herman van de Velde – onderschrijven dat motto… Van de Velde zegt géén rasechte ondernemer te zijn.

Want rasechte ondernemers “werken soms op het scherp van de snede”. Iets wat zijn bedrijf nóóit zal doen, omdat het werkt vanuit de filosofie nóóit iets te doen wat het bestaan van het bedrijf zou kunnen bedreigen. Hij voegt daar overigens nog iets moois aan toe; en wel “hoe verder je gaat in generaties, hoe emotioneler het wordt.” Zijn bedrijf is overigens geen klein familiebedrijf, maar een internationaal lingerieconcern; met verspreid over de wereld een kleine 1500 werknemers. Dames en heren, tot zover mijn ‘vogelvluchtige en niet complete’ beschouwing over de natuurlijke en duurzame elementen van een familiale bedrijfsvoering. Maar als het goed is herkende u daarin wel, in meer of mindere mate, toch ook de kernwaarden die Anselm Grün noemde: Gerechtigkeit, Tapferkeit, Maβ und Klugheit . Ik kom er zo nog even op terug. Maar eerst nog even dit. Minister Duin noemt zijn deelstaat NRW – Heimat der Familienbetriebe. En met een geweten percentage van 90 procent, is hij daar ook wel gerechtigd toe. Mijn gevoel zegt me, dat ook Limburg een natuurlijk thuis is voor familiebedrijven, maar ík kan dat niet met harde cijfers staven. Al circuleert er wel een schatting van 70 procent; 70 procent van het midden- en kleinbedrijf. Nou is het wel zo dat de Universiteit van Maastricht een hoogleraar familiebedrijven rijk is in de persoon van Dr. Anita van Gils. En zij heeft momenteel een onderzoek op stapel staan onder 5000 Limburgse bedrijven. Een onderzoek waarmee ze een juistere inschatting kan maken. En uiteraard zijn we benieuwd naar de uitkomsten. Ook omdat – als het goed is – dit onderzoek de kansen en bedreigingen van Limburgse familiezaken meer preciezer bloot legt… Want al heb ik tot nog toe vooral de mooie kanten van het familiebedrijf belicht; de bedreigingen zijn er natuurlijk ook. Zoals juist het zorgdragen van die o zo belangrijke continuïteit: de opvolging! Hoogleraar Van Gils heeft daar in de serie Familiebedrijven van Dagblad De Limburger ook al aandacht voor gevraagd. Ze constateert dat de regionale bestuurders momenteel veel geld in de campussen investeren. Maar zij vraagt zich, in die krant af, of er daarnaast ook niet meer steun moet gaan naar die sterk lokaal verankerde familiebedrijven. En dan specifiek ondersteuning voor dat opvolgingsproces… Maar nogmaals, we zijn benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek…

Ondertussen heeft de Provincie het afgelopen jaar, recent dus, wel al meer steun – in totaal zo’n 60 miljoen – uitgetrokken voor het MKB. 60 miljoen verdeeld over een MKB-leningenfonds (20 miljoen); een Limburg Business Development Fonds (30 miljoen) en 10 miljoen voor Cofinanciering van kredietunies. Steun die vooral gereserveerd is voor innovatie; maar tegelijkertijd toch één van de motoren is van het voortbestaan van familiebedrijven. Maar voor nu en vandaag, mogen we gelukkig constateren dat het voor de Gulpener Brouwerij, in ieder geval wel even goed zit met de opvolging. Want al koos Jan-Paul Rutten eerst voor het chirurgen-bestaan; het bloed kroop uiteindelijk toch waar het niet gaan kon. Of misschien beter gezegd: uiteindelijk trok het bier toch meer dan het bloed. En daarmee komt Jan-Paul straks niet aan het hoofd van een operatieteam te staan, maar aan het hoofd van een brouwerij. En wel een brouwerij, die volgens mij exact die oerwaarden vertegenwoordigt, die de Benedictijner monnik eerder dit jaar in ons Gouvernement opsomde: Gerechtigkeit, Tapferkeit, Maβ und Klugheit.

Dames en heren, ik ga ze niet tot op het bot fileren, maar laat me even in het kort aanstippen, hoe elk van deze kernwaarden terug te vinden is in dit Gulpener familiebedrijf. Gerechtigkeit, zo betoogde de monnik vind je bijvoorbeeld terug in een personeelsbeleid dat recht doet aan ieders talenten. Wat denkt u? Herkenbaar? Tapferkeit , als ik dat rechtstreeks vertaal naar lef en durf, wie van u zou dan durven te beweren dat de brouwer deze eigenschappen ontbeert? … Kan ook niet anders want in Tapferkeit zit het woordje ‘tap’. De nadrukkelijk keuze voor de natuur, het milieu, de lokale leveranciers… het getuigt absoluut van een eigenzinnige koers. De absoluut vrije brouwer! Maβ, voor Anselm Grün is dit de waarde die tegenwoordig als ‘duurzaamheid’ door het leven gaat. Ofwel – zoals hij het zegt – hoe duurzaam je met de schepping omgaat, alswel hoe duurzaam je met je eigen krachten omgaat. Ik weet zeker dat de pater dit één op één zou herkennen in dit bedrijf. En dan die Klugheit. Grün heeft dit begrip niet verder uitgediept, maar Gulpener lijkt me niet bepaald verstoken van wijsheid of verstand als we zien hoe succesvol de eigenzinnig gekozen koers is. Het verhaal van Gulpener is een verhaal dat raakt en smaakt. En vooral ook werkt. Én opvalt… Want niet voor niks is die bierbrouwerij uit dat Zuid-Limburgse Gulpen dit jaar uitgeroepen tot het beste familiebedrijf van heel Nederland. Vooral om de professionele manier waarop de opvolging is geregeld; de grote maatschappelijke betrokkenheid; en de uitstekende financiële positie… En wie mocht begin van deze maand de eenmalige MVO Nederland Award in ontvangst nemen? De onderscheiding voor het bedrijf, dat afgelopen 10 jaar het meest toonaangevend is geweest op het gebied van duurzaam ondernemen? Ja, dat was John Halmans, de directeur waar we vandaag afscheid van nemen. Een directeur die overigens meteen zei dat hij het zo mooi vond dat maar liefst drie van 10 finalisten Limburgse bedrijven waren… En dat we daar als Limburg best wel ‘trots’ op mogen zijn. En daar geef ik hem absoluut gelijk in. John Halmans is dus een wijs mens. Een wijs mens die ook nog eens heel goed is, in wat hij doet. Want, als de Gulpener Bierbrouwerij haar uitverkiezing tot beste familiebedrijf van Nederland vooral te danken heeft aan ‘de professionele wijze waarop het stokje naar een volgende generatie wordt overgedragen’, dan heeft John Halmans daar zeker zijn aandeel in gehad. Zijn aandeel in de omscholing van een chirurg naar een brouwerijdirecteur. Ga er maar aanstaan… Daarnaast mag John ook die eenmalige MVO Nederland Award best wel als een mooi afscheidscadeau zien. Of beter als een kroon op zijn werk… Het was immers onder zijn directeurschap dat de duurzame koers meer en meer gestalte kreeg. Niet voor niets stond hij meerdere malen in de Duurzame Top 100 van het dagblad Trouw. Een lijst van meest invloedrijke duurzame Nederlanders. John stond daar tussen, als inspirator óver de grenzen van het bedrijf, de gemeente, en de provincie heen. Ik denk dus, dat we het hier allemaal wel met elkaar eens zijn, dat John veel goeds heeft betekend voor Gulpener. In die volle 45 jaar dat hij in dienst is geweest. Dan zit zo’n familiezaak natuurlijk inmiddels ook wel echt in je bloed… Maar John is dus goed geweest voor de zaak; én – dames en heren – daarbuiten. IJverde hij als bestuurslid van de Nederlandse brouwers, immers niet om, niet alleen Gulpener, maar de héle Nederlandse brouwerswereld op het duurzame pad te krijgen? Was hij geen medeoprichter van de coöperatie BV-Limburg? De coöperatie die de kwaliteit van leven in Limburg nog verder wil vergroten, door economie en cultuur duurzaam met elkaar te verbinden? En wat dacht u van het MVO Platform Stichting Immens? John is daar medeoprichter én bestuurslid van. Waarmee hij het mede mogelijk maakt, dat ook mensen die zogenaamd op afstand staan van de arbeidsmarkt, tóch de gelegenheid krijgen te schitteren met waar ze wél goed in zijn. Dus John Halmans, als ik nog één keer pater Anselm Grün mag citeren. Want zijn woorden zijn op je lijf geschreven. En dat waren de woorden: “Auf Dauer sind nur die Firmen erfolgreich, die auf Werte setzen. Werte machen eine Firma wertvoll. Und Werte machen das Leben in einer Gesellschaft wertvoll.”

John Halmans jij hebt die ‘goede’ waarden zeker tijdens je directeurschap voorgoed verankerd in de brouwerij én daarmee ook in de lokale samenleving en daarbuiten. Al doende heb je er – in mijn ogen – nóg een hele belangrijke waarde aan toegevoegd. En dat is ‘trots’. De brouwerij mag zich met recht trots voelen. Net zoals Gulpen en heel Limburg ‘trots’ mag zijn op zo’n parel in haar samenleving. En je hebt er een chirurg mee terug in de familiezaak weten te lokken! Maar beste John Halmans, er is nog iemand die vindt dat je een uitzonderlijke prestatie hebt neergezet. En dat is Koning Willem Alexander. Zijn hof heeft geconstateerd dat jij – zowel in je hoofdfunctie als in daaraan gerelateerde nevenfuncties – je bijzonder sterk hebt gemaakt op het terrein van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Waarmee je overduidelijk een voorbeeldfunctie vervult én een boegbeeld bent voor het duurzaam ondernemerschap. En vanwege die bijzondere inspanningen ten bate van de samenleving, behaagt het de Koning jou te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. En ik – als zijn Commissaris of gouverneur van Limburg – heb de eer je te bijbehorende versierselen te overhandigen. Iets wat ik uiteraard bijzonder graag doe. Met veel en duurzaam plezier.

Meer artikelen.