Roy op het Veld

Terug naar wat er echt toe doet

MAASTRICHT – Op 20 maart zei Peter Bakker (ceo World Business Council for Sustainable Development) in het FD dat het kapitalisme zijn ‘license to operate begint te verliezen’. Klimaatverandering, natuurvernieling en inkomensongelijkheid hollen een gezonde economische ontwikkeling uit. In het artikel ‘Hoog tijd voor een beter kapitalisme’ werden eerder al toplieden geciteerd die net als Bakker tot het inzicht waren gekomen dat het hyperkapitalisme meer kapot maakt dan ons lief is.

Het pleidooi is helder en niet nieuw, maar het ‘duurzame denken’ is nog lang niet tot in de volle breedte van de politiek en het bedrijfsleven doorgedrongen. De pleitbezorgers worden echter talrijker, en er melden zich prominenten aan het front. De Franse rockster econoom Thomas Piketty liet het grote publiek zien dat het rendement op kapitaal hoger is dan het rendement op arbeid, en dat daardoor de inkomensongelijkheid toeneemt. Voormalig DSM-topman Feike Sijbesma hamert ook al jaren op people, planet én profit. En zelfs premier Mark Rutte riep in juni 2019 het bedrijfsleven op om de lonen te laten stijgen, zodat de bevolking de vruchten van de economische groei meer zou kunnen proeven. “De winst klotst ­tegen de plinten, maar alleen de ­lonen van topmannen stijgen. De cao-lonen gaan onvoldoende omhoog en dat is niet acceptabel”, zei hij tijdens een VVD-bijeenkomst.

Kloof in de maatschappij

Terwijl de rijken rijker werden heeft de middenklasse het gevoel niet te hebben geprofiteerd van de welvaartswinst van de afgelopen – pak ‘m beet – twintig jaar. De ontstane kloof veroorzaakt mede de onvrede in de maatschappij, en is medeverantwoordelijk voor de opkomst van protestpartijen en de politieke versplintering. Rutte wil met zijn oproep voorkomen dat het kapitalisme aan zijn eigen succes ten onder gaat en de democratie uitholt.

Nu Koning Corona regeert en grote delen van de economie plat liggen, vragen mensen zich meer en meer af of de verduurzaming van het kapitalisme nabij is. Komt ‘kapitalisme 2.0’ eraan? Zo ja, hoe ziet dat eruit?

Overigens is het goed te beseffen dat er in het verleden grote ondernemers zijn geweest die weinig op hadden met het mantra van de kostenreductie en de winstmaximalisatie. Neem Henry Ford. Hij betaalde zijn fabrieksarbeiders bovenmatig goed, omdat zijn doel was dat iedere werknemer zich een T-Ford moest kunnen veroorloven. Hetzelfde verhaal bij Philips, waar een (kleuren)-tv voor iedereen bereikbaar moest zijn.

Goedkope auto’s

Hoge salarissen zadelde Ford in theorie met een concurrentienadeel op, maar de innovatieve industrialisering die werden doorgevoerd (de lopende band!) zorgde voor zoveel efficiency dat Ford toch goedkope auto’s kon produceren.

Er zijn uiteraard nog steeds groeisectoren waar hoge salarissen worden betaald. Het beeld is niet zwart/wit. Maar veel werknemers en een groeiend leger zzp’ers ervaren dat bedrijven vooral sturen op één factor: lage (arbeids)kosten. Die bijna monomane focus op kosten heeft natuurlijk een positieve impact, want veel producten zijn goedkoop. Zo goedkoop zelfs, dat we geen lange levensduur meer verwachten. We hebben een wegwerpeconomie gecreëerd. Voor ongeveer één dollar kun je via AliExpress een telefoonhoesje uit China laten komen, kijk maar hier.

Wat voegt die wegwerpeconomie toe? Wat is de waarde van een telefoonhoesje van een euro, dat we zonder omzien vervangen door een ander hoesje van een euro? Welke waarde beleven we aan de spullen die de afgelopen jaren en decennia het resultaat zijn van de economische groei?

“Welke waarde beleven we aan de spullen die de afgelopen jaren en decennia het resultaat zijn van de economische groei?”

Roy op het Veld

Ambachtelijke economie

Relevant en interessant is het betoog dat journalist, ondernemer en investeerder Oscar Kneppers houdt. Hij pleit hartstochtelijk voor een herwaardering van ambachten. Het prachtige blauwe shirt dat Kneppers kreeg van zijn vrouw, die het zelf maakte en er ziel en zaligheid in stopte, zette hem aan het denken. Dat shirt, waarvan ze samen de stof hadden gekocht in Tokio, betekent meer voor hem dan willekeurig welk ander shirt van de Hema of De Bijenkorf. Het blauwe shirt heeft een verhaal, heeft historie, heeft waarde. Gaan we van een wegwerpeconomie naar een ambachtelijke economie?

Het coronavirus veroorzaakt op dit moment een gigantische gezondheidscrisis en een ongekende economische ontwrichting. De vraag die mij, en ik merk vele anderen, bezighoudt is in hoeverre we straks – als deze gezondheidscrisis is bezworen – anders gaan leven, wonen en werken. Wat leren we van de coronacrisis en welke veranderingen beklijven? Een vriendin in Italië schreef onlangs een blog over het dagelijks leven ten tijde van corona en ze kwam tot de conclusie dat ‘mensen weer leren wat belangrijk voor ze is’. Gaan we lessen trekken en de wereld anders inrichten? Of is het straks ‘business as usual’?

Gedachte-experiment

Laten we een gedachte-experiment doen. Ten tijde van de coronacrisis werken deze weken miljoenen mensen vanuit huis. En dat gaat beter dan iedereen had durven hopen. Okay, in het begin waren er wat technische problemen met videovergaderen, en af en toe loopt er een hond of een echtgenoot in ochtendjas door het beeld, maar de algemene opinie is dat het wérkt. Technisch in ieder geval. We missen het sociale contact op de werkvloer. En zo nu en dan ontstaan er thuis irritaties omdat huisgenoten koffiebonen malen of een met een blender hun dagelijkse smoothie bereiden. Maar per saldo: thuiswerken wérkt.

Wat betekent dat voor straks, als we het coronavirus beteugeld hebben? Gaan we dan vaker thuiswerken? De kans dat we fulltime thuis gaan werken acht ik klein, maar waarom niet twee of drie dagen per week? Dat scheelt heel wat files. En waarom zou een manager nog tien keer per jaar naar Londen, Shanghai of New York vliegen? Een of twee keer is ook prima, de rest kan digitaal. Iedereen kan immers overweg met systemen als Zoom, Teams en/of Skype.

Stel in dit gedachte-experiment dat werkend Nederland (en Europa en de rest van de wereld) structureel de helft minder gaat reizen en dus méér thuis gaat werken. Die aanname betekent voor een willekeurige gezin – twee werkende ouders, twee kinderen – dat er geen twee auto’s meer nodig zijn. Eentje is genoeg. Vliegen gebeurt mondjesmaat, alleen als het echt nodig is. Als dit soort microbeslissingen massaal navolging krijgen, heeft dat op macroniveau ingrijpende gevolgen. Want als in navolging van een halvering van de autokilometers ook de vraag naar auto’s halveert, kunnen Volkswagen, Mercedes en VDL de helft van hun productiecapaciteit wegsnijden. Gevolg: massaontslagen in de auto-industrie. Voor vliegtuigbouwers en luchtvaartmaatschappijen geldt hetzelfde.

Creatieve destructie

De creatieve destructie van Schumpeter gaat in de hoogste versnelling. Het zal veel sectoren, bedrijven en hun werknemers, en dus ook huishoudens, hard raken. Noodfondsen zullen keihard nodig zijn om de klappen op te vangen.

Maar er zullen ook nieuwe kansen ontstaan. Want niet iedereen wordt ontslagen. Veel huishoudens zullen hun inkomen op peil houden. Wat gaan die honderdduizenden huishoudens doen met de – pakweg – 500 euro per maand die ze besparen door één van de twee auto’s de deur uit te doen? Gaan ze een buffer aanleggen voor een toekomstige crisis? Of gaan ze het aan andere zaken besteden? Nóg meer telefoonhoesjes kopen of andere wegwerpproducten? Of gaan ze op zoek naar de dingen waarvan ze in de crisis hebben ontdekt dat ze belangrijk zijn? Gaan ze net als Oscar Kneppers op zoek naar ambachtelijke producten en diensten die betekenis geven aan hun leven?

Dit is maar een voorbeeld en een gedachte-experiment. Behalve mobiliteit gaat ook de vastgoedmarkt veranderen. Als je vaker thuis werkt, dan wordt (de inrichting van) je huis belangrijker dan je werkplek op ‘de zaak’. Minder kantoorpanden, luxere woningen!

Meer quality time

En de hotelbranche? Minder zakenreizen, dus minder non-descripte dertien-in-een-dozijn zakenhotels. Maar misschien meer quality time-reisjes met het gezin naar bijzondere boutique hotels of B&B’s?

“Gaan people en planet een volwaardige plek krijgen naast profit?”

Roy op het Veld

De centrale vraag is of er een grote maatschappelijke, economische en wellicht ook politieke transformatie op gang komt die het leven beter en duurzamer gaat maken? Gaan people en planet een volwaardige plek krijgen naast profit? Is het genoeg als de voorkeuren van consumenten verschuiven van wegwerp- naar ambachtelijke producten en diensten?

Moet de politiek de maatschappij anders inrichten om een duurzame en gezonde omgeving te stimuleren en te realiseren? Is het mogelijk om bedrijven niet af te rekenen op korte termijn winst, maar op het creëren van … ja wat eigenlijk? Hoe zorgen we ervoor dat niet alleen idealisten als Peter Bakker en Feike Sijbesma gedreven worden door duurzaam ondernemen? Hoe formuleren we maatschappelijke doelstellingen precies? En hoe zorgen we dat bedrijfseconomische prikkels leiden tot maatschappelijke vooruitgang voor iedereen?

Terug naar de basis

Grote vragen. Voor de politiek. Voor het bedrijfsleven. Vooral ook voor het publiek, en dus ook voor de journalistiek. Wat moet leidend zijn voor het inrichten aansturen van de maatschappij? We moeten terug naar de basis. We moeten terug naar de vraag: Wat is waardevol? Wat is belangrijk? Wat doet er nu echt toe?

Noot – Roy op het Veld is journalist en publicist. Hij was hoofdredacteur van De Limburger van 2016 tot 2020. Daarvoor was hij adjunct-hoofdredacteur van het FD, waar hij in 2000 begon als verslaggever en schreef over technologie en energie. In 2008 publiceerde Op het Veld het boek ‘De strijd om energie; hoe de groeiende honger naar olie en gas de wereld in een crisis stort’.

Meer artikelen.